Warmte van de zomer, warmte van het hart
Deze zomer voelen wij allemaal de kracht van de zon. Voor sommigen is het een tijd van genieten, van buiten zijn, van vitamine D en lichte avonden. Voor anderen is de hitte zwaar, en de droogte die wij dit jaar ervaren — met zelfs bosbranden op verschillende plekken in Nederland en Europa — herinnert ons eraan hoe kwetsbaar de schepping is.
Toch is de zomer ook een tijd van ontmoeting. Wij gaan op vakantie, reizen naar plaatsen die wij niet kennen, en ontmoeten mensen die ons vreemd zijn. Juist daar ervaren wij vaak een andere warmte: de warmte van gastvrijheid. Een glimlach van een onbekende, een gebaar van welkom, een gesprek met iemand die wij nooit eerder spraken — dat zijn de momenten waarin wij iets van Gods liefde proeven.
De Schrift spreekt vaak over gastvrijheid als een weg naar het heilige. Abraham ontving drie vreemdelingen bij de eiken van Mamre, en zonder het te weten, ontving hij God zelf (Genesis 18). En in de brief aan de Hebreeën lezen wij: “Houd de onderlinge liefde in stand. Houd de gastvrijheid in ere, want zo hebben sommigen zonder het te weten engelen ontvangen” (Hebreeën 13,1-2).
Misschien is dat de vraag die deze zomer ons stelt: kan de warmte van de zon ons uitnodigen tot de warmte van het hart? Kunnen wij, net als wij water zoeken tegen de droogte, ook op zoek gaan naar de bron van levend water die Jezus ons aanbiedt? Aan de Samaritaanse vrouw bij de put zei Hij: “Wie drinkt van het water dat Ik hem zal geven, zal in eeuwigheid geen dorst meer krijgen” (Johannes 4,14).
Laat deze zomer dan niet alleen een tijd zijn van fysieke warmte, maar ook van innerlijke warmte — een tijd waarin wij elkaar ontmoeten met open hart, gastvrij zijn voor de vreemdeling, en zo iets laten zien van de liefde van God, die zelf gastvrij is voor ons allen.
Gezegende zomer toegewenst!
Pater Richard Lobo SVD


















