In het vieren van de liturgie zijn we bij het eerste grote hoofddeel aangekomen: Dienst van het woord. In de beeldspraak van de vorige keer: we bevinden ons in de feestzaal.
Horen en luisteren
We kunnen nu gaan zitten. Zitten is een basishouding om te rusten, maar meer nog om te luisteren. Denk aan Maria, die gezeten aan de voeten van de Heer, luisterde naar zijn woorden (Lucas 10,38). Door te lezen in de Schrift geven wij aan God de ruimte om tot ons te spreken. Hij doet dat door de stem van de lector te ‘lenen’. Daarom eindigen de lezingen altijd met ‘Woord van de Heer’. De lector die tussen de gelovigen in de kerk zit, treedt naar voren, buigt voor het altaar en neemt het lectionarium. In dat naar voren treden vertegenwoordigt de lector de hele geloofsgemeenschap. Namens hen leest hij uit de heilige Schrift.
Alleluia
Wanneer het evangelie wordt voorgelezen dan is het Jezus die spreekt. Hij leent de stem van de diaken of priester. Buiten de veertigdagentijd wordt het evangelie voorafgegaan met een Alleluia. Dit Alleluia – dat letterlijk betekent ‘prijs de Heer’ – is een welkomstgroet aan Christus die in het evangelie tot de geloofsgemeenschap gaat spreken. Bij een welkom ga je uit eerbied staan. Niet pas als het evangelie wordt voorgelezen, maar al bij de eerste klanken van het Alleluia.
Hoofd-mond-hart
Dan volgt nog een klein ritueel dat het verlangen naar dat spreken uitdrukt. Op de woorden van de voorganger ‘Lezing uit het heilig evangelie volgens…’, antwoorden we met de vreugdevolle uitroep: ‘Lof zij U, Christus’. Daarbij maken we een klein kruisje op het voorhoofd, de mond en de borst, ter hoogte van ons hart. Waarom? Opdat het Woord van God in ons hoofd mag zijn, op onze lippen en in ons hart.
Voor jou
De voorganger leest nu het evangelie voor, maar je weet dat je tegenover Jezus staat die jou toespreekt. Hij heeft een woord voor de gemeenschap waartoe je behoort, maar misschien ook wel voor jou persoonlijk. Welk woord of welke passage raakt jou? De diaken of priester besluit met nogmaals te benadrukken dat het is het ‘Woord van de Heer’. We kunnen niet anders antwoorden dan: ‘Wij danken God’.
Vertrouwelijk gesprek
Hierna gaan we zittende het woord overdenken. De homilie – dat is een Grieks woord – door de priester uitgesproken, helpt daarbij. Homilie betekent eigenlijk: vertrouwelijk met elkaar spreken zoals vrienden dat doen, van hart tot hart. Soms wordt een diaken of pastoraal werk(st)er gevraagd de Schrift te overwegen.
Instemming
Vervolgens gaan we staan, om staande tegenover God in te stemmen met de woorden die tot ons gesproken zijn, die we overwogen hebben en de geloofswaarheden – opgeschreven in de geloofsbelijdenis – in herinnering te brengen en uit te spreken.
Gebed van de gelovigen
In het vervolg hierop geeft God ruimte om onze noden en vragen bij Hem neer te leggen. Tot circa de 6e eeuw was dit normaal. Daarna is het verloren gegaan. Het Tweede Vaticaans Concilie heeft dit hersteld. De geloofsgemeenschap spreekt haar voorbede uit bij monde van een vertegenwoordiger: de lector. Het is het gebed van de gelovigen, dus van ons, vandaar dat we blijven staan.
Het eerste hoofddeel van de viering is nu afgesloten. Volgende keer gaan we verder met het tweede hoofddeel: de dienst van de eucharistie. Daarvoor – in de beeldspraak – ‘betreden we de heilige ruimte’.
Han Geppaart, pastoraal werker















