We naderen het hoogtepunt van de viering. Van de feestzaal hebben we – blijvend in de beeldspraak van de vorige afleveringen – het ‘heilige der heilige’ betreden.
Gaven
Het tweede hoofddeel, de viering van de eucharistie, wordt voorbereid met het aandragen van de gaven van brood en wijn. De geloofsgemeenschap sluit hierbij aan bij de gave in de collecte. Dit gaat terug op het begin van de kerk, toen gelovigen geld en andere giften meebrachten om te kunnen verdelen onder de armen en behoeftigen en voor de kerk als geheel.
Verheft uw hart
Opnieuw gaan we staan bij de uitnodiging ‘bidt broeders en zusters…’. Vervolgens bidt de voorganger over de (bijeengebrachte) gaven om daarna de Grote Lofprijzing (prefatie) uit te spreken. Het gaan staan wordt nog eens extra onderstreept met de woorden ‘verheft uw hart’ en ons antwoord ‘wij zijn met ons hart bij de Heer’. We kunnen niet anders: je hart verheffen tot God breng je met je lichaam tot uitdrukking in het gaan staan voor onze God. ‘Heilige Vader, machtige en eeuwige God, om heil en genezing te vinden zullen wij U danken, altijd en overal’. Dat zijn prachtige indrukwekkende woorden waarmee we de Heer prijzen. Dit mondt uit in het ‘heilig, heilig’.
Aanraakbaar
Hierna bidt de priester het eucharistisch gebed waarin brood en wijn worden tot lichaam en bloed van Christus. Dit is een bijzondere gave van God aan de Kerk, aan ons. Een geheim dat we nooit helemaal zullen doorgronden. Christus komt ons nu aanraakbaar nabij. Als blijk van eerbied, dankbaarheid, nederigheid en overgave knielen we. Waar dat niet mogelijk is, of wie dat niet kan blijft staan. Wanneer achtereenvolgens tijdens de consecratie Brood (= Christus’ lichaam) en Wijn (= Christus’ bloed) worden getoond herinneren we ons de woorden van de apostel Tomas: ‘mijn Heer en mijn God’ (Johannes 20,28).
‘Door Hem en met Hem en in Hem…’
In Nederland zijn wij gewend om de woorden ‘Door Hem en met Hem en in Hem…’ samen uit te spreken. Toch is dit gebed voorbehouden aan de priester. Laten we dat ook aan Hem over. Sluiten we daarna wel samen hardop af met ‘Amen’. Amen wil zeggen: wij onderschrijven alles wat de voorganger in dit gebed heeft uitgesproken. Wij zijn het er mee eens.
Christus Zelf ontvangen
Vervolgens gaan we staan om samen het Onze Vader uit te spreken en elkaar vrede toe te wensen. We blijven staan totdat we de Hostie hebben ontvangen. Wie gedoopt is en gelooft dat Jezus Christus werkelijk aanwezig is in het H. Brood, is uitgenodigd om Hem te ontvangen in de H. Communie. Daarna knielen we (als dat kan) om persoonlijk met Jezus te bidden.
Gebed na de communie
Nadat de overgebleven gaven naar het tabernakel zijn gebracht nodigt de priester uit om voor te gaan in het Gebed na de communie. Het is het afsluitende gebed van wat ieder persoonlijk heeft uitgesproken tot onze Heer. Het is dus van ons samen. Daarom gaan we staan. Hierna verlaten we bij wijze van spreken het ‘heilige der heilige’.
Slotritus
Het feest is afgelopen. Maar voor het zover is worden we met een laatste groet uitgeleide gedaan – uitgezwaaid, om in de beeldspraak te blijven. We buigen het hoofd en staande ontvangen we de zegen en worden heen gezonden (wegzending) om in het leven van alle dag het woord dat we hebben gehoord uit te dragen in wat we doen en zeggen. Na het ‘gaat in vrede heen’, kunnen we niets anders dan volmondig uit de diepte van ons hart en met vreugde antwoorden: ‘wij danken God’.
Tot besluit
In vier aflevering van dit parochieblad hebben we geprobeerd uit te leggen waarom we staan, buigen, zitten, knielen. We zijn evenmin uitputtend geweest. Er is nog zoveel meer te vertellen over het vieren van liturgie. Laat ons weten wat je vragen zijn en dan kunnen we er een volgende keer aandacht aan besteden. Wij wensen je inspirerende vieringen toe.
Han Geppaart, pastoraal werker

















