Wanneer koning Willem Alexander de ruimte binnenkomt waar hij de troonrede gaat uitspreken gaat iedereen staan op de aankondiging: ‘de kóning’. Waarom doen we dat? Uit respect, eerbied? Hoe zit dat in onze liturgie?
Vier onderdelen
Onze zondagse liturgieviering bestaat grofweg uit twee hoofddelen met een kop en een staart. Het eerste hoofddeel is de dienst van het woord. Hierin lezen we uit het Oude en Nieuwe Testament en overwegen hetgeen we hebben gehoord: God spreekt tot ons. Het tweede hoofddeel is de feitelijke eucharistie. We danken God voor zijn grote daden aan ons verricht: centraal de kruisdood en verrijzenis van zijn Zoon Jezus Christus, waardoor wij van zonden worden bevrijd. Deze beide delen worden voorafgegaan door een opening en daarna met een afsluiting. De hele viering bestaat dus uit vier onderdelen.
Herinnering
In veel kerken zie je bij de ingang van de kerk wijwaterbakjes. Soms zijn ze gevuld met wijwater maar vaak zijn ze dat helaas niet. Wanneer je bij binnenkomst je hand doopt in wijwater en daarmee een kruisteken maakt herinner je jezelf eraan dat je gedoopt bent: jouw leven is onlosmakelijk verbonden met Jezus Christus en je hoort bij de Kerk. Je bent lid van deze geloofsgemeenschap.
Opening
Veel mensen hebben het idee dat ze zelf bepalen wanneer en waarom ze naar de kerk gaan. Dat klopt ook. Toch is het God die de mens – jou – uitnodigt om naar Hem toe te komen. Hij brengt ons samen in de viering. Christus heeft ons gevraagd steeds samen te komen en het brood te breken en te delen tot zijn gedachtenis. Het is ons vrije besluit op die uitnodiging in te gaan. Zodra de bel klinkt gaan wij dus staan: wij begroeten onze God die ons hier samenbrengt. Wij drukken er ook ons respect mee uit. De voorganger (priester) met de misdienaars gaan nog verder: zij buigen voor het altaar. Buigen is een vorm van begroeting, nederigheid en ook gehoorzaamheid. En juist het altaar is de plaats waar de Heer zal verschijnen onder de gedaanten van brood en wijn. Staande maken we een kruisteken als verbinding met God door Christus.
Heer, ontferm U
Daarna blijven we staan want ‘we bevinding ons nog in het voorportaal’. We moeten bij wijze van spreken onze jas nog uittrekken en onze voeten met al het vuil van de straat nog vegen. Dat doe je staande. Daarom blijven we ook staan tijdens de schuldbelijdenis. We brengen heel wat mee naar deze viering: dankbaarheid, maar ook vragen en onze eigen zonden en tekort schieten. Zeg maar het vuil dat aan ons kleeft. Dat wordt zichtbaar juist als we tegenover onze Heer staan. Dat maakt ons nederig en het voelt niet goed om dan te gaan zitten: Heer, ontferm U.
Eer aan God
Vervolgens mag de vreugde ons overspoelen, want de Heer vergeeft. Hij geeft nieuwe kansen door Jezus. Vandaar dat we blijven staan als de lofzang (gloria) wordt gezongen/gebeden: voel je de blijheid in je hart? Eer aan God in den hoge. In de beeldspraak hebben we het voorportaal verlaten en staan nu in de centrale hal die ons verder leidt.
Laat ons Bidden
Tenslotte vragen we God door Jezus of Hij ons hart toegankelijk wil maken voor wat Hij tot ons wil zeggen. De voorganger zegt ‘laat ons bidden’. Het is dan even stil. Iedereen kan nu zelf iets zeggen tegen God. Dat is heel persoonlijk. Daarna bidt de voorganger het openingsgebed. Hij neemt al die persoonlijk uitgesproken gebeden op in één gebed. Dan kun je toch niet gaan zitten? Dus blijven we ook tijdens dit gebed staan. In de beeldspraak staan we op de drempel van de feestzaal waar het woord gaat klinken. Daarover in de volgende bijdrage.
Han Geppaart, pastoraal werker














