Veertig Dagen
Veertig dagen lang, een stille weg,
waar as en hoop elkaar begroeten.
De lucht draagt nog de kou van winter,
maar in de aarde roert het nieuwe leven.
Elke stap is een zachte onthouding,
een loslaten van wat zwaar is,
om ruimte te maken voor het licht
dat nog achter de horizon wacht.
We vasten niet alleen van brood,
maar ook van haast, van harde woorden,
om te leren luisteren naar de stem
die fluistert in de woestijn van ons hart.
En als de laatste nacht zich opent,
zal de dageraad niet zomaar komen—
zij zal breken als een jubel,
en ons vullen met het vuur van Pasen.















